Paul van Schaiklaan 2 - 6045 JJ Roermond

Informatie

Algemeen gebruik van slangen

De keuze van de slang en koppelingen in combinatie met het medium en gebruikseisen.

  • Vloeibare- of gasvormige media kunnen inwerken op de slang. Door deze inwerking verandert het volume of de structuur van het materiaal, met als gevolg dat de eigenschappen van de slang veranderen, zoals hardheid, uitzetting, treksterkte, soepelheid.
  • Bij metalen koppelingen kan b.v. roestvorming leiden tot het gaan lekken van koppelingen.
  • De toegestane werkdruk of het aangegeven vacuüm mag niet overschreden worden.
  • De toegestane gebruikstemperatuur mag afhankelijk van het medium niet overschreden worden.
  • Bij abrasieve media moet slijtage ingecalculeerd en gecontroleerd worden.
  • Tijdens het gebruik van slangen dient voorkomen te worden, dat een gevaarlijke oplading optreedt.
  • Bij oplading risico’s wordt geëist, dat de elektrische waarde gemeten op de koppelingen aan ieder einde van de slang de waarde van 106Ω niet overschrijdt.
  • Slangen met de aanduiding “Ω” voldoen aan deze voorwaarde door het gebruik van geleidende materialen.
  • Bij slangen met de aanduiding “M” wordt de vereiste geleiding door middel van een ingewerkte “static-wire” tot stand gebracht. Echter alleen als deze “static-wire” doorverbonden wordt op de koppelingen.

Vakkundige montage

  • De keuze van slang en koppelingen dient op elkaar afgestemd te zijn.
  • De montage van koppelingen mag uitsluitend door deskundigen met in acht neming van montagevoorschriften uitgevoerd worden.

Correcte opslag

  • Gereinigd en droog opslaan.
  • Direct zonlicht en UV-straling vermijden.
  • Spannings- en knikvrij bewaren.
  • De ideale opslagtemperatuur ligt tussen -20° en +30° Celsius.

Juiste inbouw

  • Slangen dienen toegankelijk ingebouwd te worden en mogen niet in hun natuurlijke toestand en beweging belemmerd worden.
  • Er dient rekening gehouden worden met het feit, dat onder vacuüm de slang lengte zal afnemen. Onder druk zal de lengte en diameter veranderen. (Bij een kunststof slang met spiraal zonder inlagen kan bij de toelaatbare werkdruk een lengteverandering tot 40% optreden).
  • Slangen in principe niet belasten bij torsie, trek en samendruk.
  • Knikken van de slang voorkomen, vooral direct achter de koppeling.
  • Slangen moeten beschermd worden tegen mechanische-, thermische- en chemische externe inwerkingen.
  • De elektrische weerstand controleren.

Vastleggen van werkwijze in een gebruikershandleiding

Voor het veilige gebruik van slangen zijn technische- , organisatorische- en persoonlijke veiligheidsmaatregelen noodzakelijk. Technische- en organisatorische maatregelen hebben hierbij steeds voorrang. Indien hiermee niet alle gevaren en/of bedreigingen voorkomen kunnen worden moeten de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn en gebruikt worden .

Periodieke keuringen

Slangen moeten vóór ingebruikname door een deskundige gecontroleerd worden. Na ingebruikname dient deze controle periodiek te gebeuren. (Bij chemicaliënslangen minimaal 1 keer per jaar, bij stoomslangen minimaal 1 keer per halfjaar)

Essentiële keuringsonderdelen:

  • Advies inzake toestand van de slang:
  • Voldoende gereinigd?
  • Kneuzingen, knikken, vervormingen
  • Beschadiging van binnen- en/of buitenwand
  • Aantasting van de koppelingen
  • Beschadiging of ontbreken van afdichtingen

Druk- en lek test:

  • Gaten, lekken, bulten, deuken, blaren, vervormingen
  • Ontoelaatbare lengte-uitzetting, torsie
  • Lekkende montage, lekkende koppeling
  • Testen van de elektrische geleiding
  • Meten van de elektrische weerstand bij “Ohm” – en “M”-slangen

De testresultaten noteren en registreren:
Door bovenstaande richtlijnen voor het juiste gebruik van slangen te hanteren is een langere levensduur van de slangen mogelijk.

Bron : BG Chemie Merkblatt T002 (ZH 1/134)

nl_NLNederlands