Home   Profiel   Programma   Contact 
  

Richtlijnen voor het juiste gebruik van slangen



1. De keuze van de slang en koppelingen in combinatie met het medium en gebruikseisen

  • Vloeibare- of gasvormige media kunnen inwerken op de slang
  • Door deze inwerking verandert het volume of de structuur van het materiaal, met als gevolg dat de eigenschappen van de slang veranderen, zoals hardheid, uitzetting, treksterkte, soepelheid.
  • Bij metalen koppelingen kan b.v. roestvorming leiden tot het gaan lekken van koppelingen.
  • Voor algemene eigenschappen van de diverse materialen verwijzen wij naar pagina 6 t/m 7. Een resistentielijst treft u aan op pagina 8 t/m 12.
  • De toegestane werkdruk of het aangegeven vacuüm mag niet overschreden worden.
  • De toegestane gebruikstemperatuur mag afhankelijk van het medium niet overschreden worden.
  • Bij slijtverwekkende media moet slijtage ingecalculeerd en gecontroleerd worden.
  • Tijdens het gebruik van slangen dient voorkomen te worden, dat een gevaarlijke oplading optreedt. Bij opladingrisico’s wordt geëist, dat de elektrische waarde gemeten op de koppelingen aan ieder einde van de slang de waarde van 106Ω niet overschrijdt.
  • Slangen met de aanduiding "Ω" voldoen aan deze voorwaarde door het gebruik van geleidende materialen.
  • Bij slangen met de aanduiding "M" wordt de vereiste geleiding door middel van een ingewerkte "static-wire" tot stand gebracht. Echter alleen als deze "static-wire" doorverbonden wordt op de koppelingen.

2. Vakkundige montage

  • De keuze van slang en koppelingen dient op elkaar afgestemd te zijn.
  • De montage van koppelingen mag uitsluitend door deskundigen met in achtneming van montagevoorschriften uitgevoerd worden.

3. Correcte opslag

  • Gereinigd en droog opslaan.
  • Direct zonlicht en UV-straling vermijden.
  • Spannings- en knikvrij bewaren.
  • De ideale opslagtemperatuur ligt tussen -20° en +30° Celsius.

4. Juiste inbouw

  • Slangen dienen toegankelijk ingebouwd te worden en mogen niet in hun natuurlijke toestand en beweging belemmerd worden.
  • Rekening dient te worden gehouden met het feit dat, onder vacuüm de slanglengte zal afnemen, terwijl onder druk de lengte en de diameter zal veranderen. (Bij een kunststof slang met spiraal zonder inlagen kan bij de toelaatbare werkdruk een lengteverandering tot 40% optreden).
  • Slangen in principe niet belasten bij torsie, trek en samendruk.
  • Knikken van de slang voorkomen, vooral direct achter de koppeling.
  • Slangen mogen niet verder dan de minimale buigingsradius gebogen worden. Zie ook de tabel "buigingsradius" op pagina 5.
  • Slangen moeten beschermd worden tegen mechanische-, thermische- en chemische externe inwerkingen.
  • Indien vereist de elektrische weerstand controleren.

5. Vastleggen van werkwijze in een gebruikershandleiding, in overeenstemming met regelmatig onderricht van gebruikers. Klaarzetten en gebruik van persoonlijke veiligheidsmaatregelen

  • Voor het veilige gebruik van slangen zijn technische- , organisatorische- en persoonlijke veiligheidsmaatregelen noodzakelijk. Technische- en organisatorische maatregelen hebben hierbij steeds voorrang. Indien hiermee niet alle gevaren en/of bedreigingen voorkomen kunnen worden, moeten doeltreffende persoonlijke veiligheidsuitrusting klaar-gezet en gebruikt worden.

6. Periodieke keuringen

  • Slangen moeten vóór ingebruikname door een deskundige gecontroleerd worden. Na ingebruikname dient deze controle periodiek te gebeuren. (Bij chemicaliënslangen minimaal 1 keer per jaar, bij stoomslangen minimaal 1 keer per halfjaar)
  • Essentiële keuringsonderdelen:
    • Advies inzake toestand van de slang:
      • voldoende gereinigd?
      • kneuzingen, knikken, vervormingen
      • beschadiging van binnen- en/of buitenwand
      • beschadiging en/of aantasting van de koppelingen
      • beschadiging of ontbreken van afdichtingen
    • Druk- en lektest:
      • gaten, lekken, bulten, deuken, blaren, vervormingen
      • ontoelaatbare lengte-uitzetting, torsie
      • lekkende montage, lekkende koppeling
    • Testen van de elektrische geleiding:
      • meten van de elektrische weerstand bij "Ohm" - en "M"-slangen
    • De testresultaten noteren en registreren.

Bron : BG Chemie Merkblatt T002 (ZH 1/134)